Spring naar content

Momenteel werken wij aan een betere ervaring voor de gebruikers door aanpassingen te doen aan de website. Als gevolg hiervan kan informatie verouderd of onjuist zijn. Heb je vragen? Stuur ons een bericht! Als je op de hoogte gehouden wilt worden meld je dan aan voor de nieuwsbrief.

Op het midden van elke doellijn moet een doel zijn geplaatst. Het doel bestaat uit twee loodrecht staande palen, elk op gelijke afstand van de hoekvlaggenstokken, die aan de bovenzijde zijn verbonden door een horizontale doellat. De doelpalen en doellat moeten zijn gemaakt van goedgekeurd materiaal. Ze moeten vierkant, rechthoekig, rond of ovaal van vorm zijn en mogen geen gevaar opleveren.

De afstand tussen de binnenkant van de palen is 7.32 meter en de afstand van de onderkant van de doellat tot de grond is 2.44 meter.

De stand van de doelpalen ten opzichte van de doellijn moet in overeenstemming zijn met de illustraties. De doelpalen en de doellat moeten wit zijn, dezelfde breedte en dikte hebben en mogen niet breder zijn dan 12 centimeter. Als de doellat kapot gaat of uit positie raakt, dan wordt het spel onderbroken totdat deze is gerepareerd of teruggeplaatst is. Als de doellat niet kan worden gerepareerd dan moet de wedstrijd worden gestaakt. Een touw of een ander flexibel of gevaarlijk materiaal, mag de doellat niet vervangen. Het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal. Er mogen netten worden vastgemaakt aan de doelen en de grond achter de doelen, onder voorwaarde dat ze op goede wijze worden ondersteund en dat ze de doelverdediger niet hinderen.

Veiligheid

Doelen (inclusief verplaatsbare doelen) moeten deugdelijk in de grond zijn verankerd.

(Noot KNVB: De KNVB heeft het gebruik van verplaatsbare doelen verboden met uitzondering van het pupillenvoetbal onder de voorwaarde, dat deze tijdens gebruik steeds deugdelijk zijn verankerd. Voor andere gebruikssituaties wijst de KNVB op mogelijke risico’s bij gebruik.)
De stand van de doelpalen ten opzichte van de doellijn moet in overeenstemming zijn met onderstaande illustraties.

Als de doelpalen vierkant van vorm zijn (van bovenaf gezien), moeten de zijkanten parallel aan of haaks op de doellijn staan. De zijkanten van de doellat moeten parallel aan of haaks ten opzichte van het speelveld liggen.

Als de doelpalen elliptisch van vorm zijn (van bovenaf gezien), moet de langste as haaks op de doellijn staan. De langste as van de doellat moet haaks liggen ten opzichte van het speelveld.

Als de doelpalen rechthoekig van vorm zijn (van bovenaf gezien), moet de langste zijde haaks op de doellijn staan. De langste zijde van de doellat moet haaks liggen ten opzichte van het speelveld.

  • Afmetingen worden gemeten vanaf de buitenkant van de lijnen, aangezien de lijnen behoren tot het gebied dat ze begrenzen.
  • De strafschopstip wordt gemeten vanaf het midden van de stip, tot de achterkant van de doellijn.
Scroll naar boven