Spring naar content

Momenteel werken wij aan een betere ervaring voor de gebruikers door aanpassingen te doen aan de website. Als gevolg hiervan kan informatie verouderd of onjuist zijn. Heb je vragen? Stuur ons een bericht! Als je op de hoogte gehouden wilt worden meld je dan aan voor de nieuwsbrief.

Een indirecte vrije schop wordt toegekend indien een speler:

  • speelt op een gevaarlijke wijze;
  • een tegenstander in diens loop belemmert, zonder dat er contact gemaakt wordt;
  • zich schuldig maakt aan het geven van commentaar, het gebruiken van grove, beledigende of ongepaste taal en/of gebaren of andere verbale overtredingen maakt;
  • voorkomt dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen of de bal trapt of er naar trapt als de doelverdediger bezig is deze in het spel te brengen;
  • een andere overtreding begaat, niet elders genoemd in de spelregels, waarvoor het spel wordt onderbroken om een speler te waarschuwen of van het speelveld te zenden.

Een indirecte vrije schop wordt toegekend indien een doelverdediger, binnen zijn eigen strafschopgebied, één van de hieronder volgende overtredingen begaat:

  • langer dan zes seconden de bal met zijn hand of arm in bezit houdt, voordat hij deze weer in het spel brengt;
  • de bal met zijn hand of arm raakt nadat hij deze in het spel heeft gebracht en voordat de bal is geraakt door een andere speler;
  • de bal met zijn hand of arm raakt, tenzij de doelverdediger de bal duidelijk trapte of probeerde te trappen, om deze in het spel te brengen, nadat:
    • deze hem doelbewust naar hem is getrapt door een medespeler;
    • nadat hij deze rechtstreeks heeft ontvangen uit een inworp genomen door een medespeler.

Een doelverdediger wordt geacht de bal in bezit te hebben als:

  • de bal zich tussen zijn handen bevindt of tussen zijn hand en enig oppervlak (bijv. grond, eigen lichaam etc.) of door de bal met enig deel van de handen of armen te raken, behalve als de bal terugkaatst van de doelverdediger (pareren) of als de doelverdediger een redding heeft verricht;
  • hij de bal op een uitgestrekte, open hand heeft;
  • hij de bal stuit of in de lucht gooit’.

Een doelverdediger mag niet worden aangevallen door een tegenstander als hij de bal met zijn hand(en) in bezit heeft.

Scroll naar boven