Spring naar content

Momenteel werken wij aan een betere ervaring voor de gebruikers door aanpassingen te doen aan de website. Als gevolg hiervan kan informatie verouderd of onjuist zijn. Heb je vragen? Stuur ons een bericht! Als je op de hoogte gehouden wilt worden meld je dan aan voor de nieuwsbrief.

In aanvallend opzicht wordt basketbal gespeeld door de bal op de grond te stuiten (stilstaand, dan wel dribbelend lopend met de bal) of door deze aan een medestander toe te spelen, te passen. Binnen de door de schotklok toegestane tijd van 24 seconden moet een scoringspoging worden ondernomen. Dat wil zeggen dat de bal binnen een bepaalde tijd de basket moet raken. De schotklok, die de duur van een aanval beperkt, is ingesteld om tegemoet te komen aan de snelheid en daarmee aan de aantrekkelijkheid van het basketbalspel.

In het moderne basketbal wordt, afhankelijk van de afstand van waarop wordt geschoten, met een goal twee of drie punten gescoord (de zogenaamde twee- en driepunters). Een vrije worp levert één punt op. De verschillende veldspelers nemen verschillende strategische posities in; de center en power-forward in de nabijheid van de basket, de small-forward en shooting-guard rond de driepuntlijn en de point-guard brengt de bal van de ene naar de andere zijde van het speelveld, om deze aan een van zijn medespelers toe te spelen. Daarmee proberen zij hun veld zo goed mogelijk te verdedigen. Het team dat aan het einde van een 4 × 10 minuten (FIBA) of 4 × 12 minuten (NBA) durende basketbalwedstrijd de meeste punten heeft gescoord wint. In het geval van een gelijkspel wordt de wedstrijd in één of meer verlengingen van vijf minuten (zowel FIBA als NBA) beslist. Het scoreverloop en andere belangrijke wedstrijdgegevens worden bijgehouden op het wedstrijdblad.

Scroll naar boven